Molens

Provincie Oost-Vlaanderen is eigenaar van 5 molens: 1 watermolen en 4 windmolens.

Op bepaalde openingsdagen kan je deze molens bezoeken en zelfs een maaldemonstratie krijgen.

De Zwalmmolen in Munkzwalm: 1000 jaar waterkracht

Zwalmmolen

Midden in het groene hart van de Vlaamse Ardennen, langs de oevers van de Zwalm, ligt De Zwalmmolen of Molen Ten Berge. Deze watermolen werd voor het eerst vermeld in 1040! De eerste Zwalmmolen werd opgetrokken door de Sint-Pietersabdij van Corbie. Later kwam hij in handen van de Sint-Baafsabdij en vanaf de 16de eeuw van adellijke families zoals de Triests.

Door de eeuwen heen groeide de molen uit tot een dubbelmolen. De linkermolen produceerde olie, graan en zelfs snuiftabak en cichorei. Eind 19de eeuw verdween dit deel. De rechtermolen bleef graan malen en werd gemoderniseerd. 

Na een periode van stilstand kocht de Provincie Oost-Vlaanderen de molen in 1990. In 1994 volgde de bescherming als monument. Het gebouw, waarin ook nog het originele mechanisme intact is, toont nog altijd de charme van industriële architectuur.

De molen is maalvaardig gerestaureerd en voorzien van een kleine waterkrachtcentrale. Die laat niet alleen het historische mechanisme draaien, maar zorgt ook effectief voor energie. In het aanleunend gebouw werkt een cilindermolen, aangedreven door een gerestaureerde dieselmotor.

De Fauconniersmolen in Oordegem: restauratie in 2026

Fauconniersmolen

Deze imposante stenen stellingmolen is gebouwd op 1 jaar tijd in 1845 langs de steenweg van Brussel naar Gent door Maria Amalia De Boever, de weduwe van Petrus Fauconnier. Oorspronkelijk was het een olie- en graanmolen, maar nu is hij enkel ingericht om graan te malen.

Door de jaren heen wisselde de molen vaak van eigenaar, tot de maalactiviteit rond 1935 stopte. Al in 1948 werd de molen als monument beschermd en in 1953 geschonken aan een vereniging die hem openstelde. Helaas raakte de molen in verval. In 1973 nam de Provincie Oost-Vlaanderen dan ook het initiatief om de molen aan te kopen. Het noodlot sloeg toe in 1976 toen de molen kort voor de geplande restauratie vrijwel volledig uitbrandde. De restauratie eindigde in 1984 en sinds dan draait en maalt de molen opnieuw regelmatig.

De laatste restauratiefase dateert van 2003. Toen zetten ze een dikke verflaag op de gevel. Die begon de laatste jaren te scheuren. De toestand ging snel achteruit door de grote waterbelasting. Het KIKIRPA onderzocht de vochthuishouding in het metselwerk en Monumentenwacht Oost-Vlaanderen inspecteerde het monument. Op basis van hun rapporten werd eind 2025 een offerte gevraagd voor een nieuwe grondige restauratie van de gevel, de leien, het schrijnwerk, de verluchtingsroosters, ... 

De Roomanmolen in Sint-Pauwels: de hoogste

Roomanmolen
Foto door Marc Vereecken

 

Op de hoek van de Pastorijwegel en de Beekstraat in Sint-Pauwels staat sinds 1847 de hoge Roomanmolen, oorspronkelijk bekend als de Gelaagmolen. De molen werd gebouwd door koopman Pieter Paul Persoon-Rollier met lokaal gewonnen klei. Met een hoogte van 24 meter is het de hoogste stenen windmolen van Oost-Vlaanderen en de enige overgebleven van de vijf molens die het dorp ooit telde.

De Roomanmolen begon als tarwe- en olieslagmolen. Het olieslaan stopte al in 1868. Het is een bovenkruier: de volledige kap kan naar de wind worden gedraaid. In 1870 werd een bijgebouw met schoorsteen gebouwd en een stoommachine ondergebracht, zodat graan ook bij windstil weer gemalen kon worden. Vandaag herinnert de hoge schouw nog aan de tijd van de stoommachine.

Sinds 1895 draagt de molen de naam Roomanmolen, naar de molenaarsfamilie die hem toen verwierf. Na de bescherming als monument in 1956 onderging de molen meerdere restauraties. In 2003 werd de maalvaardige molen aangekocht door de Provincie Oost-Vlaanderen. De laatste grondige restauratie in 2019-2020 bracht de stelling, het houtwerk en de molenromp voor de volgende decennia in orde.

Vandaag is de Roomanmolen ook een levendige ontmoetingsplek en een favoriet decor van talrijke activiteiten en feesten in het dorp. Meer info op de lokale website van de Roomanmolen.

Het Meuleken 't Dal, Zingem: de oudste

Meuleke 't dal

De houten staakmolen Meuleken 't Dal is de kleinste, en vermoedelijk oudste molen van Oost-Vlaanderen. De ontstaansdatum is niet helemaal duidelijk, maar rekeningen van de Sint-Baafsabdij uit 1388 vermelden al herstellingen aan een windmolen in Zingem. En ook uit de constructie zelf kan je afleiden dat het een zeer oude molen is: waar jongere molens twee spoorstijlen hebben, heeft deze er maar één. 

De molen is bereikbaar via een smalle weg door een landbouwveld in de Scheldevallei. Ook het 19de-eeuws molenaarshuisje is bewaard. 

Tot 1932 maalde Meuleken ’t Dal op windkracht, daarna nam mechanisatie het over. Stilaan raakte de molen in verval. Restauraties startten vanaf 1968. In 1977 volgde de bescherming als cultuurhistorisch landschap. De Provincie kocht deze houten staakmolen in 1999. Vandaag is de molen volledig maalvaardig en ligt het nog steeds in een prachtig landschap.

De Windekemolen in Balegem

Windekemolen

In het glooiende kouterlandschap van Balegem, op de grens met Scheldewindeke, staat de indrukwekkende Windekemolen. Al eeuwenlang bepalen molens hier het uitzicht over gehuchten en landbouwgrond. De geschiedenis van deze molen gaat terug tot vóór 1378 en is nauw verbonden met de heerlijkheid van Scheldewindeke. De molen staat op een kleine molendam en is de grootste staakmolen in horizontale doorsnede in Oost-Vlaanderen.

Door de eeuwen heen doorstond de Windekemolen vele stormen. In 1644 werd hij heropgebouwd door de familie Van Dale. In 1910 sloeg de bliksem in, waarna molenaar Hector De Visscher een andere molen vanuit Denderwindeke liet overbrengen en opnieuw liet opbouwen - die molen was op zijn beurt overgebracht uit het Henegouwse Marcq. De familie Visscher bleef malen, zelfs 's nachts tijdens de Eerste Wereldoorlog ondanks het verbod van de Duitse bezetter, en zelfs nadat de molenaar vastgehouden was hiervoor. Dit leverde de molen de volksnaam Vissersmolen op.

Na het stopzetten van de maalactiviteit in 1959 raakte de molen in ernstig verval. De Provincie Oost-Vlaanderen nam het gebouw in 1975 onder haar hoede. De molen werd beschermd in 1978. De molen was in heel slechte toestand en werd om veiligheidsredenen gedemonteerd. In 2017-2018 werd de molen opnieuw maalvaardig hersteld. De staak bleef behouden, en daarop werd een herbouwde molenkast gezet. Nu kan de molen weer draaien, malen en bezoekers ontvangen. 

Stel een vraag