Onderhoudswerken
De Provincie zorgt ervoor dat te veel regenwater vlot kan doorstromen via de waterlopen en doet dit met respect voor de natuur in en rond de waterlopen. Om een vlotte waterafvoer te garanderen, moet de Provincie regelmatig onderhoudswerken uitvoeren.
Maaien
De Provincie maait het talud (aflopende oever) en de bodem van een beek waar het kan met de korfmaaier. Soms is echter ook handwerk nodig of doet ze aan nulbeheer.
Het maaisel spreidt de Provincie uit binnen de erfdienstbaarheidsstrook van vijf meter die naast de waterloop ligt en die start vanaf de kruin van het talud. Daarbij wordt de eerste meter vrijgehouden. In uitzonderlijke omstandigheden wordt het maaisel afgevoerd. Om de gewassen op akkers niet te beschadigen, maait de Provincie in de regel maar vanaf 15 november. Eén keer per jaar is meestal voldoende. Waterlopen met een reëel risico op wateroverlast maait de Provincie een extra keer in de zomer tijdens het zomermaaien.
Tijdens het maaiseizoen (tussen 15 november en 15 maart en tussen 15 juni en 15 oktober) kan je op ons Oost-Vlaams Geoloket nagaan of en wanneer er maaiwerken gepland zijn voor een waterloop in je omgeving. Je vindt de informatie in de laag "Geplande maaiwerken" binnen de groep "Waterlopen". Waterlopen die geel zijn aangeduid, worden in dat seizoen nog gemaaid.
Schadevergoeding zomermaaien
Je kan een vergoeding krijgen voor schade aan de gewassen door deze bijkomende maaibeurt, als:
- je gebruiker bent van een perceel op het moment dat de werken worden uitgevoerd;
- er effectief schade is als gevolg van de maaiwerken;
- de maaiwerken worden uitgevoerd in de periode tussen 15 juni en 15 september.
Berekening schadevergoeding
- Bij de berekening van een schadevergoeding wordt rekening gehouden met de geldende regelgeving over beschermingsstroken langs geklasseerde waterlopen.
- Schade aan gewassen binnen een wettelijk verplichte beschermingsstrook komt niet in aanmerking voor vergoeding. Enkel de effectief beschadigde teeltoppervlakte buiten deze stroken wordt vergoed.
- De Provincie bepaalt per dossier de vergoedbare oppervlakte op basis van de lengte van het beschadigde traject langsheen de waterloop. Bij de berekening van de schadevergoeding wordt per lopende meter waterloop een opbrengstzone van maximaal 2m² in rekening gebracht. Wanneer de aannemer toegang heeft moeten nemen tot de waterloop via gewassen wordt de beschadigde oppervlakte ook in rekening gebracht.
- Het bedrag van de schadevergoeding is gebaseerd op de referentieopbrengsten voor landbouwteelten die jaarlijks worden gepubliceerd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Deze referentieopbrengsten geven een inschatting van de gangbare waarde van een bepaalde teelt.
Ter illustratie geven we hieronder een fictief rekenvoorbeeld voor het bepalen van de vergoeding van de schade aan wintertarwe bij het zomermaaien voor een perceel dat voor een lengte van 250m grenst aan een waterloop die wordt beheerd door de Provincie Oost-Vlaanderen.
Volgend gegevens zijn nodig om de vergoeding te kunnen berekenen: referentieopbrengst, gebiedstype, nitraatgevoeligheid teelt.
- Wat is de referentieopbrengst voor wintertarwe?
- De referentieopbrengst voor wintertarwe bedraagt: 2100 EUR/ha
- In welk gebiedstype is het perceel gelegen?
- Het perceel is gelegen in gebiedstype 1
- Is de teelt nitraatgevoelig?
- Wintertarwe is een niet-nitraatgevoelige teelt.
Uit het gebiedstype 1 en het niet-nitraatgevoelig zijn van wintertarwe volgt dat er een verplichte beschermingsstrook van 3m langsheen de waterloop moet aanwezig zijn. Er kan dus per lopende meter waterloop 2m² opbrengstzone in rekening gebracht worden.
Vervolgens kan de vergoeding berekend worden:
- Per lopende meter waterloop bedraagt de schadevergoeding: (2100 EUR/10.000m²) x 2m² = 0,42 EUR
- Voor een traject van 250m waarbij de wintertarwe werd beschadigd, bedraagt de vergoeding: 250 x 0,42 EUR = 105 EUR
De uiteindelijke vergoeding wordt voor elk dossier afzonderlijk berekend op basis van de vastgestelde schade.
Schadevergoeding aanvragen
Om een schadevergoeding te ontvangen vul je het schadeaangifteformulier in. Enkel een volledig en correct ingevuld formulier wordt behandeld. Zorg er ook voor dat je het formulier ten laatste één maand na de uitvoering van de werken aan de Provincie bezorgt. Dat kan met de post (Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Integraal Waterbeleid, Charles de Kerchovelaan 189, 9000 Gent) of per mail naar waterbeleid@oost-vlaanderen.be.
Ruimen
Door afzettingen van bodemdeeltjes en resten van planten kunnen waterlopen dichtslibben. Als een goede waterafvoer niet meer mogelijk is, ruimt de Provincie de sliblaag. De Provincie voert vervuild slib af en en spreidt proper slib (dat voldoet aan de normen van de milieuwetgeving) uit in de 5 meterzone langs de waterloop.
Oevers herstellen
De oever van een waterloop kan plaatselijk zijn stabiliteit verliezen door de kracht van het water dat wordt afgevoerd na hevige regen.
De Provincie herstelt oevers liefst op de meest natuurlijke manier. Soms kiest het provinciebestuur voor een harde oeververdediging. Schanskorven zijn dan een oplossing. Dit zijn stalen netten gevuld met breuksteen. Na verloop van tijd nestelen planten zich tussen die stenen. De Provincie probeert betonnen verstevigingen te vermijden.
Exoten bestrijden
Invasieve exotische planten en dieren vormen meer en meer een probleem. Ook de provinciale waterlopen hebben er last van. In en langs de waterlopen bestrijdt de Provincie soorten als grote waternavel, parelvederkruid, waterteunisbloem, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, watercrassula en Japanse duizendknoop.
Lees meer over de invasieve planten en dieren.