Verhalen uit het verleden en heden

De werkplaats van de provinciale erfgoedsite Scheepswerven Baasrode is een echte tijdscapsule waar het lijkt alsof de laatste werknemer er nog maar net de deur achter zich dichttrok. De Provincie kon 2 van die laatste 5 werknemers opsporen: François Vancauwenberghe (78, links op de foto) en Marc Jansegers (62, rechts op de foto). Lees hier hun verhaal.

François Vancauwenberghe en Marc Jansegers op de foto

François, voor jou is het 40 jaar geleden dat je hier in de werkplaats een voet binnenzet. Hoe voelt dat?

“Er komen heel veel herinneringen terug. Niet te verwonderen, want ik heb hier liefst 25 jaar gewerkt. Begonnen in 1964 op mijn 15de, en gebleven tot de sluiting in 1986. En was het niet gestopt, ik had hier nog gewerkt, tot m'n pensioen! Het is ongelooflijk, er is hier niets veranderd.”

Hoe ben je hier terechtgekomen op je 15de?

“Ik zat eerst in de koperindustrie. Mijn nicht werkte hier op den bureau en zo is het gekomen dat ik hier ben begonnen. Als lasser. In mijn beginjaren werkten we hier met een ploeg van ongeveer 25 man sterk.

Er werden hier toen nog nieuwe schepen gebouwd. Ik heb er nog zes weten van stapel rollen. De laatste was een schip voor Nederland: “Tijd zal ’t leren”. En ook de 'Karel' en de 'Frajac' herinner ik me nog.”

Van stapel rollen? Wat is dat juist?

“Schepen stonden 'op stapel'. Dat is een helling waarop ze gebouwd werden. Meestal lieten ze het schip zakken op sleeën die ingesmeerd waren met bruine zeep. Daarna klopten we de spieën die het schip op zijn plaats hielden, met een hamer weg, en zo gleed het het water in. Om een schip te water te laten, was je beter de eerste om de spieën weg te slaan, dan de laatste, want die zijn spie kreeg dat volledige gewicht op zich!” (lacht)”

Zouden er nog van die schepen bestaan die jij hier nog weten bouwen hebt?

"Toeval wil dat de Provincie net de Frajac heeft teruggevonden. Die ligt nu in Gent als een woonboot. Ze belden mij om te vragen of ik mee wilde gaan kijken. Ja, dat wou ik zeker wel zien! 't Is vooral de buitenkant die nog bewaard gebleven is, en het roer en de motor. De motor werd er elders in gestoken.

Ik ben pas nu -dankzij het archief van de scheepswerf- te weten gekomen dat het schip toen voor 1.700.000 oude Belgische frank verkocht geweest is, in maart 1966.

We hadden op de werf altijd 2 casco-schepen klaar staan, en konden die dan afwerken volgens de wensen van de klant. Afhankelijk van of we eraan konden voortdoen, waren schepen op een paar maand klaar, of later. Het archief van de erfgoedsite heeft ook nog een foto van toen de Frajac klaar was op de werf, met de vlaggetjes erbij en de pastoor om het in te zegenen."

De Frajac vroeger
De frajac nu

Marc, jij was ook nog jong toen je hier aan de slag ging?

“Klopt, maar dan wel later, in 1980. Ik was een schoolverlater van 17 jaar. Ik heb alles geleerd van de meestergast, Modest. Dat was een ongelooflijke mens! Hij was niet te groot, maar hij had heel veel macht en energie. Hij was gewoonweg bijna niet bij te houden. Je moest heel alert zijn als je met hem werkte. Hij was ook de kraanman. Ooit heeft hij me eens aan een haak over de Schelde laten bengelen - en maar goed weg en weer zwieren met de kraan! (lacht)

Ja, veiligheid was toen nog iets helemaal anders. Je kon je hier eigenlijk gemakkelijk elektrocuteren, maar wij wisten waarop we moesten letten, wij waren dat gewoon zo.”

Welke herinneringen komen er nu nog bij jou naar boven?

“Dat smidsevuur waar die kolen nog in liggen... Dat staken we 's ochtends als eerste werk aan, voor de warmte, want het was hier eigenlijk altijd fris. Een werkdag duurde ongeveer even lang als nu. We startten rond 8 uur 's morgens. De vrouwen kwamen ons ’s middags eten brengen.

Het was zwaar werk, dat zeker. Alles wat je vastpakte was zwaar. Maar ik deed het graag. Na een werkdag had je het gevoel dat je iets gemaakt had, dat je veel gedaan had, dat je goed gewerkt had.”

Wat was jouw taak?

“In mijn tijd werd hier alleen nog maar onderhoud en herstellingen van bestaande schepen gedaan. We werkten hier toen maar met 5 man meer. Als laatst toegekomene moest ik een beetje van alles doen. Ik heb aan al die machines hier gestaan! Plooien, ponsen, klinken,… Die machines waren toen trouwens al oud. Maar die zijn onverslijtbaar hé. Steek er stroom op, leg er een riem op en we zijn terug vertrokken, zeker weten (lacht).”